In het lichaam zorgen de slagaderen (arterien) er voor dat het bloed vanuit het hart naar alle organen en weefsels stroomt. Daarnaast lopen tegengesteld de aderen (venen) die zorgen dat het bloed terugstroomt naar het hart.
Wanneer het bloed vanuit het hart door de slagaderen naar de tenen stroomt, gaat het via de aderen weer tegen de zwaartekracht terug naar het hart. In deze aderen zitten kleine klepjes die er voor zorgen dat het bloed door de zwaartekracht niet terugstroomt naar beneden. Beweging van de spieren en de zuigkracht van de ademhalingsbewegingen zorgen er onder normale omstandigheden voor dat het bloed weer in het hart terugkomt. Onder sommige omstandigheden kan er in dit proces iets verkeerd gaan. Door bijvoorbeeld veel te staan, komt er veel druk op de aderen, waardoor de klepjes minder goed kunnen gaan functioneren. Het gevolg is dat er bloed terugstroomt en druk geeft op de volgende klep die daardoor kan gaan lekken waardoor de ader op kan gaan zetten. Na verloop van tijd blijven deze bloedvaten permanent gezwollen. Van buitenaf is dit te zien in de vorm van spataders.
Waarom sommige mensen wel en andere mensen geen spataderen krijgen weten we niet. Wel weten we dat spataderen behoorlijk hardnekkig kunnen zijn en ook na behandeling vaak terugkomen.
Spataderen komen meer voor bij vrouwen en ontstaan vaak na de zwangerschap.
Hoewel spataderen niet erfelijk zijn komen ze wel vaker voor in bepaalde families. Verder komen ze vaak voor bij mensen met een staand beroep. |